verzwakking van de algemene afweer

[Home]

Hoewel de specifieke afweer tegen bepaalde ziekten door het vaccineren kan toenemen, hetgeen natuurlijk ook de bedoeling is, blijkt in de praktijk dat de algemene, niet specifieke afweer behoorlijk kan afnemen. Na de vaccinaties zien we een groep kinderen die tot dan toe een probleemloze gezondheid had ineens allerlei infecties ontwikkelen of waarbij bestaande klachten verergeren. De acute longontsteking van Ragma (casus 6) is daar een voorbeeld van. De verminderde algehele weerstand komt vaak tot uitdrukking in chronische verkoudheden, oorontstekingen, en luchtweginfecties (keelontstekingen, bronchitis, longontstekingen). In het algemeen zal de huisarts en in een later stadium ook de kinderarts antibiotica voorschrijven. Ook dan komt reeds de verminderde afweer tot uitdrukking: antibioticakuren blijken ineens ook minder effectief te worden en er moeten verschillende kuren na elkaar gegeven worden. Bovendien kan de algehele afweer door deze herhaalde kuren verder verslechteren. Een verklaring voor deze verzwakte afweer kan mogelijk gevonden worden in de verschuiving van een meer cellulaire afweer (met behulp van witte bloedcellen) naar een overwegend humorale afweer (met behulp van antistoffen). Door het vaccineren wordt de humorale afweer versterkt en vermindert de cellulaire afweer. Gebeurt dat wanneer kinderen nog maar enkele maanden oud zijn en hun cellulaire afweer nog aan het opbouwen zijn, dan kan een ernstig verlies van algehele weerstand en dus infectiegevoeligheid het gevolg zijn. Johan E. Sprietsma2, zegt dat het immuunsysteem, door de overgang van een meer cellulaire afweer naar een overwegend humorale afweer, veel minder effectief is en ziekten daarom een chronisch karakter krijgen.

Daarnaast speelt de hoeveelheid Vitamine C die een kind ter beschikking heeft een grote rol, zoals Dr. Archie Kalokerinos uit Autralië overduidelijk aantoonde. Ouders doen er goed aan voor voldoende Vitamine C te zorgen, of via de borstvoeding door het extra slikken van Vitamine C door de moeder of  door extra toevoeging in de voeding (zie preventie). Laat nooit een kind enten dat ziek is of nog niet volledig is hersteld. Helaas wordt daar tegenwoordig bij het enten van kinderen geen rekening meer mee gehouden en worden kinderen met koorts tot 38,5C en kinderen die met een antibioticakuur bezig zijn of niet lekker zijn, gewoon geënt. In die omstandigheden wordt juist extra Vitamine C gebruikt en is dus de Vitamine C toestand van het kind slecht, waardoor het bij enting extra risico's loopt.

Ook de WHO (Geneve, april 1997) constateert wereldwijd een enorme toename van infectie ziekten. Als verklaring wordt gegeven de zelfgenoegzaamheid bij de rijke landen en ellendige omstandigheden in de arme landen. Maar waren de ellendige toestanden in de arme landen niet altijd al ellendig? Malaria en tuberculose worden steeds moeilijker te bestrijden en keren in veel delen van de wereld terug. Ook pest, gele koorts, difterie, en cholera nemen weer toe. Als verklaringen worden gegeven door de WHO het binnendringen van de mens in voorheen onbewoonde gebieden en door overbevolking in de steden. Ook het instorten van het voormalige Sovjetblok en de enorme toename van het vliegverkeer (meer dan 50 miljoen mensen per jaar) wordt als oorzaak genoemd. In vele landen zijn de levensomstandigheden echter de laatste tientallen jaren niet wezenlijk veranderd en blijkbaar leiden verbeterde omstandigheden zoals in de rijke landen niet tot een verminderde infectiegevoeligheid, integendeel, ook daar nemen de infectieziekten toe. Als verklaring daarvoor geeft de WHO: veroudering van de bevolking, migratie en toerisme, industrile voedselproductie. Deze laatste oorzaak moet zeker niet onderschat worden. We kunnen zo langzamerhand wel stellen dat we in het rijke Westen gemakkelijk ondervoed raken door de wijze waarop onze hele voedselproductie van teelt, oogsten, conserveren, verwerken en bereiding tot stand komt. Zo bevat 80% van al het geconsumeerde vlees antibiotica, omdat de dieren met antibiotica sneller groeien en minder last van infecties zouden hebben. Dat het in lage doses consumeren van antibiotica gevaarlijke resistentie kan opwekken leidt geen twijfel. Ook het overmatig gebruik van antibiotica op voorschrift van de arts speelt een niet onbelangrijke rol bij het ontstaan van resistentie tegen allerlei bacteriën. Als de dieren in betere omstandigheden groot gebracht en met respect behandeld zouden worden zou dat ook de mens ten goede komen. Ook het overmatig gebruik van suikers in onze voeding kan de weerstand van het kind sterk negatief beïnvloeden. Tevens zouden allerlei kleurstoffen, conserveringsmiddelen, smaakversterkers/verbetaars, etc. weer uit onze voeding moeten verdwijnen. Dat zou wel eens een betere preventie kunnen zijn dan steeds maar meer vaccins.

Waar de WHO aan voorbijgaat is het feit dat mensen blijkbaar zowel in rijke als arme landen een slechtere afweer hebben en dus vatbaarder geworden zijn. Als een mens een goede afweer heeft hoeft hij nauwelijks voor infectieziekten te vrezen. Er wordt in verklaringen nog steeds voornamelijk uitgegaan van besmetting van buitenaf, terwijl de algehele afweer van het individu juist een hoofdrol speelt. De enige oorzaak die werkelijk de hele wereldbevolking heeft getroffen zijn de vele vaccins die vaak al vanaf de eerste dagen van de pasgeborene toegediend worden. Wat me in al die jaren is opgevallen is juist dat ten gevolge van die vaccins de weerstand tegen allerlei infectie ziekten is afgenomen. Dit constateerde ik zowel in Nederland als in Nepal waar ik regelmatig als homeopathisch arts werk. Juist in arme landen waar de algehele afweer al slecht is door ondervoeding en slechte levensomstandigheden, kan vaccinatie tot ondermijning van de afweer leiden, waardoor infectieziektes fatale gevolgen kunnen hebben. (zie volgende alinea: Dr. Archie Kalokerinos). Zo worden pasgeborenen in Nepal op hun eerste levensdag al ingeënt tegen tuberculose met een BCG vaccin, terwijl de WHO zelf in 1979 een zeer uitgebreid dubbelblind onderzoek publiceerde naar de effectiviteit van de BCG vaccinatie in Zuid-India, waaraan 260 000 personen deelnamen en met een follow-up van zeveneneenhalf jaar. Twee verschillende merken vaccins werden gebruikt en de uitkomst was dat de BCG vaccinatie geen enkel beschermende waarde had. ('The distribution of new cases of bacillary tuberculosis among those not infected at intake did not show any evidence of a protective affect of the BCG vaccines.') Een jaar later, in een artikel: 'Does BCG vaccination protect the newborn and young infants?' stellen H.G. Ten Dam & K.L. Hitze dat er weinig direct bewijs van enige werkzaamheid van de BCG vaccinatie bij kleine kinderen is. (..., there is little direct evidence of the efficacity of BCG vaccination against infant tuberculosis.) Waarom in Nepal net zoals in vele andere arme landen toch kinderen bij hun geboorte een BCG vaccinatie krijgen is onbegrijpelijk en dient zeker niet het belang van het kind dat vanaf zijn aller prilste levensdagen al met tuberculose besmet wordt en zo zijn algehele afweer verzwakt ziet. Het is van belang dat we ons bij elk vaccin afvragen wat het nut is, wat de negatieve effecten zijn en of en hoe we dezelfde of betere bescherming op een andere manier kunnen bereiken zoals Nederland deed voor de bestreiding van tuberculose zonder vaccin en toch het land waar de minste tuberculose van de wereld voorkomt. Maar waarom Nederland nu bezig is dit systeem om zeep te helpen door alle allochtonen een BCG te geven, is voor mij een raadsel. Immers door vaccinatie met een BCG wordt het opsporingssysteem via een Mantou prikje bij contacten met open TBC waardeloos. Waarom krijgen allochtonen bij aankomst in Nederland niet simpelweg een controleprikje met de Mantou en worden dan als tuberculose positief of negatief geregistreerd? 

Ook Dr. Archie Kalokerinos constateerde ernstige gevolgen na vaccinaties. (zie zijn boek: Every second child) Hij constateerde dat de kinderstefte verdubbelde onder kinderen van de aboriginals na vaccinatiecampagnes. Bovendien was de kindersterfte er al ontoelaatbaar hoog. Na veel zoeken kwam hij erachter dat door een vitamine C gebrek elke oorzaak die het Vitamine C gehalte nog verder deed dalen de kinderen fataal kon worden: een infectie, ziekte of vaccinatie. Daarom is zijn advies nooit kinderen te enten die ziek zijn of nog niet geheel hersteld zijn na een ziekte, omdat een ziekte tot een extra consumptie van Vitamine C leidt. Zelfs een sympele vekoudheid is al een reden om de vaccinatie uit te stellen. In Nederland wordt met deze uitermate belangrijke bevindingen helaas geen rekening gehouden. Ouders zullen hier zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Het lukte Dr. Kalokerinos om de kindersterfte met zijn vitamine C beleid vrijwel tot nul te reduceren terwijl daarvoor de helft van de kinderen overleed. Hij kreeg er van de Autralische overheid een onderscheiding voor.

Ook in een ander onderzoek kwam men tot de conclusie dat kinderen een dubbele kans hadden om te overlijden tussen nul en een jaar. (Kristensen I, Aaby P, Jensen H. Routine vaccinations and child survival: follow up study in Guinea Buissau, West Africa. BMJ2000;321:1435-1439). Ook deze kinderen moeten wel ondervoed geweest zijn, maar niemand kwam blijkbaar op het idee dat ook hier een ernstig vitamine C tekort in het spel was, iets wat Dr. Kalokerinos al enkele tientallen jaren eerder had aangetoond.

Toch wil de overheid en de medische wereld niets van verlies van weerstand (immuniteit) door vaccinaties weten. Zij beroepen zich op een groot Deens onderzoek waarbij geënte kinderen met niet geënte kinderen zouden zijn vergeleken (Childhood Vaccination and Nontargeted Infectious Disease Hospitalization, Hviid et al. JAMA 2005;294:699-705). In het tijdschrift van de NVI Vaste Prik, wordt blijmoedig gemeld dat vaccinaties niet tot immuniteitsverlies leiden, zonder enige kritische kanttekeningen aangaande het onderzoek. Bij de NVI weten ze bij navraag zelfs zeker dat het onderzoek uitgevoerd is tussen gevaccineerde en niet-gevaccineerde kinderen. Maar hoe komen ze in Denemarken dan aan zoveel niet-geënte kinderen (100.000) vraag je je dan af. En hoe kunnen zij vinden dat er geen immuniteitsverlies is ten aanzien van niet-geënte kinderen, terwijl ik dat in mijn praktijk keer op keer zie? Lezing van het onderzoek maakt alles duidelijk. “The unvaccinated group was primarily composed of children vaccinated with other vaccines.” Ja, u leesst het goed, de ongevaccineerde groep was voornamelijk gevaccineerd met andere vaccins. Dus volgens het onderzoek kun je gevaccineerd worden en toch tot de groep ongevaccineerden behoren, het is maar hoe je het bekijkt. Zeker is dat de NVI de komende decennia zal blijven beweren dat het wetenschappelijk is aangetoond dat vaccinaties niet tot immuniteitsverlies leiden.Of dit een vorm is van 'wetenschappelijk' bedrog mag u zelf beoordelen. Nou zijn mijn praktijkervaringen net zo goed geen wetenschappelijk bewijs, maar zich baseren op ondeugdelijk wetenschappelijk onderzoek is dat evenmin. Wat mijn betreft is er alle reden om zieke kinderen het voordeel van de twijfel te geven en daar waar een sterk vermoeden bestaat van een relatie tussen ziekte en voorafgaande vaccinaties de voorlopige diagnose van post-vaccinaal syndroom te stellen en de vaccins homeopathisch te ontstoren. Veel kinderen worden op deze manier wereldwijd door de homeopathische methode blijvend van hun klachten afgeholpen.

Zie casus 26, 27, 10, 11, 12 .