onderzoek naar post-vaccinale klachten

[Home]

Daar wij in de homeopathische wereld veel bijwerkingen van vaccinaties zien, werd er in 1999 een retrospectief onderzoek onder homeopathische artsen gehouden door Cees Baas en mijzelf. Alle patiënten die in 1999 voor het eerst de homeopathische arts bezochten en waarvan de arts vermoedde dat ze veroorzaakt werden door vaccinaties dienden aangemeld te worden. De vragenlijst diende door de arts zelf ingevuld te worden. Bij dit onderzoek stonden drie vragen centraal
1. Komen gezondheidsproblemen na vaccinaties vaker voor dan algemeen wordt aangenomen?
2. Om wat voor soort klachten gaat het en met welke vaccinaties hangen ze samen?
3. Wat voor behandeling wordt er toegepast en wat zijn de resultaten?
Er werden twintig vragen ingevuld worden. Hierna volgt een bespreking van de resultaten.

Onderzoeksresultaten
Let wel: De opstelsom van de uitslagen op iedere vraag is zelden 209 omdat sommige vragen niet beantwoord zijn of niet relevant zijn in dit verslag!!!
Er werden 209 formulieren terug ontvangen. 173 patiënten kwam op eigen initiatief (van de ouders), 4 werden door CB-artsen doorverwezen, 9 door de huisarts, 0 door de kinderarts; in 133 gevallen werd de waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld door het ontstaan van de klachten na vaccinatie, in 35 gevallen door duidelijke toename van bestaande klachten na vaccinatie; in 14 gevallen door het klinische beeld, in 10 gevallen met electro-acupunctuur (EAV); 51 maal traden de klachten op de eerste dag al op, 28 maal op de tweede of derde dag, 18 maal op de vierde t/m de zevende dag, 38 maal in de twee of derde week, 7 maal in de vierde of vijfde week, 30 maal in de zesde week of later. Hieruit blijkt duidelijk dat het stellen van een limiet waarbinnen de klachten na vaccinatie op moeten treden om nog als zodanig aangemerkt te worden onhoudbaar is. Het RIVM hanteert nog de norm van drie dagen, dat betekent in ons onderzoek dat meer dan de helft ten onrechte zou worden afgewezen.

Aard van de klachten
De aard van de klachten was als volgt verdeeld: 40% huidklachten, 56% luchtwegklachten, 21% maag-darmklachten, 18% klachten van het centrale zenuwstelsel. In 21 gevallen zijn gedragsstoornissen, concentratiestoornissen en slaapproblemen het belangrijkste probleem. In 5 gevallen hoofdpijn of migraine. In 15 gevallen (7%) traden ontwikkelingsstoornissen op. Bij 21% werd melding gemaakt van emotionele klachten. Algemene klachten zoals malaise, zich herhalende koorts, slechte eetlust, e.d. komen in 32% van de gevallen voor. Het duurt in het algemeen erg lang voordat de homeopathische arts geconsulteerd wordt; in maar liefst 44% bestonden de klachten meer dan een jaar. Vaak worden chronische klachten niet vooraf gegaan door acute reacties op vaccinaties, in 104 gevallen was dat wel, maar in 44 gevallen (30%) traden chronische klachten op zonder voorgaande acute reacties. Klachten worden nauwelijks bij het RIVM of LAREB gemeld, slechts 5 gevallen (2%) werden gemeld.
Het blijkt dat de methode om gepotentieerde vaccins te gebruiken ter genezing van vaccinatieklachten onder homeopathische artsen goed ingeburgerd is, maar liefst 94% werd op die manier behandeld. Beginverergeringen na de toediening van het gepotentieerde vaccin blijken ongeveer in de helft van de gevallen voor te komen, van deze laatste groep heeft ongeveer 40% er echt last van gehad, dat is 20% van de hele groep.

Resultaat
De methode om met gepotentieerde vaccins te werken, blijkt bijzonder effectief te zijn. 64 patiënten genas volledig, 89 verbeterde sterk, 32 verbeterde enigszins, bij 17 had het geen resultaat. In 3 gevallen werd een verslechtering gemeld. Dit betekent dat maar liefst 75% sterk verbeterde of genas.

Waarschijnlijkheid
De vraag naar de waarschijnlijkheid van een verband tussen de vaccinaties en de klachten leverde interessante gegevens op. Vonden artsen voor de behandeling die relatie in 86 gevallen zeer waarschijnlijk, in eveneens 86 gevallen waarschijnlijk en in 30 gevallen was er geen mening, na de behandeling werd deze relatie in 135 gevallen zeer waarschijnlijk geacht, in 43 waarschijnlijk en nog slechts in 6 gevallen geen mening. De groep onwaarschijnlijk en zeer onwaarschijnlijk gaat van 2 naar 16. Hieruit blijkt dat de uitgesproken meningen door de behandeling sterk toenemen. Dit bevestigt dat het al of niet reageren van de klachten op gepotentieerde vaccins als diagnostisch instrument wordt gezien door homeopathische artsen.

Vervolgonderzoeken
Op de dag dat de resultaten met een tachtig homeopathische artsen besproken werden, werd tevens het besluit genomen om verder onderzoek te doen. Het eerste onderzoek zal een dubbelblind onderzoek worden naar de preventieve werking van het gepotentieerde vaccin in de 200K potentie gegeven twee dagen voor, de dag voor en de dag van de vaccinatie na de prik. Het tweede onderzoek zal eveneens een dubbelblind onderzoek worden naar de effectiviteit van de behandeling met gepotentieerde vaccins. Hieruit zal tevens moeten blijken hoe precies het gepotentieerde vaccin als diagnostisch middel werkt.